NL jazznu.com, Robin Arends (mar.2017)

Een trio geleid door een trombonist is vrij zeldzaam, zeker als de begeleiding bestaat uit een Fender Rhodes. De Italiaanse trombonist Filippo Vignato heeft het aangedurfd en heeft het debuut van zijn trio-album de naam ‘Plastic Breath’ meegegeven. De relatie tussen plastic en adem is al even obscuur als het bestaan van trombonetrio’s.
Filippo-Vignato-Plastic-Breath Plastic adem van Filippo Vignato is solide edelmetaalHet trio dat in 2014 in Parijs het licht zag, wordt geleid door Vignato, die in december vorig jaar door de redactie van het Italiaanse magazine Musica Jazz is verkozen tot ‘Talent van het jaar′. Aan zijn zijde staan de Franse toetsenist Yannick Lestra en de Hongaarse, in Amsterdam wonende drummer Attila Gyárfás. Het trio treedt vooral op in Italië, maar heeft in het prille bestaan ook al concerten gegeven in Den Haag en Leiden.
Het album telt negen, in lengte variërende nummers. De composities zijn merendeels van de hand van de trombonist, maar ook Lestra en Gyarfas hebben hun bijdragen geleverd. Na het korte openingsnummer klinkt de introductie van Lev & Sveta, de riemen gaan om, de remmen gaan los. De reis kan beginnen. Het pulserende drumwerk in combinatie met de donkere repeterende octaven van Lestra’s elektronische bas, steken prachtig af tegen de afwisselend zenuwachtige, zoekende, berustende en dan weer kordate trombone.
Hoe anders klinkt het bijna acht minuten durende stuk Provissorio. Een dromerig intermezzo, een reis door de wereld van de twijfel. Het zwemmerige, soms onzekere, Fender Rhodesgeluid combineert prachtig bij de ingetogen tromboneklanken van Vignato. Het album lijkt even stil te staan.
In het voorlaatste nummer, Stop this Snooze, een compositie van Lestra, schetst het trio in hoog tempo een grillig muzikaal landschap dat even abrupt stopt als het begonnen is. Een race tegen de klok met snerpende klanken en stuwende ritmes, onderbroken door het standvastige geweten, vertolkt door de slepende trombone en de bedwelmende klank van de elektrische piano. De muziek doet op sommige momenten sterk denken aan The Podium 3 van Wolter Wierbos of het eerder in JazzNu besproken triowerk van Pericopes + 1, maar elke vergelijking schiet vroeg of laat te kort.
Nieuwe combinaties dwingen tot nauwkeurig luisteren. Maar ook de minder geoefende luisteraar hoeft hier niet al te zeer zijn best te doen om deze muziek aan te horen. De muziek beklijft. Het is nergens vergezocht, ondanks de ongebruikelijke samenstelling van het trio en de ingewikkelde structuur van de composities. De Fender Rhodes dompelt de ingewikkeldste trombone-improvisaties onder in een behaaglijk melodisch bad.
Het is de ‘plastic breath’, de tot klanken gematerialiseerde adem van Vignato die het album tot een waar tastbaar document maakt. Het materiaal waaruit het album is opgebouwd vertoont weinig gelijkenis met het plastic in de titel of de kwetsbare zeepbel die op de foto op de voorkant is afgebeeld. Het is meer van een kostbaar, maar solide, edelmetaal.